De dagkalender

Om het tijdsbesef te ondersteunen kan je beroep doen op klokken of een  agenda. Je kan afspraken en activiteiten noteren in een agenda op het geplande tijdstip en kan de agenda dienst doen als een soort ‘tweede stel hersenen’, omdat het gebruik van de agenda je toelaat op een geordende manier informatie op te slaan die te uitgebreid en te complex is om te onthouden.

De gebruiker moet nog wel in staat zijn om een korte boodschap te noteren en nog beschikken over tijdsbesef.

Om de agenda adequaat te gebruiken is het belangrijk dat je de agenda op een vaste centrale plaats legt en dat je ook alle afspraken erin noteert. Een nadeel daarentegen is dan weer dat het toch een zekere organisatievaardigheid vergt van de gebruiker, vaak vergeet men zaken erin te noteren of de agenda te raadplegen.

Deze agenda  heeft een duidelijke opsplitsing ochtend, middag en avond en voorziet per dagdeel ruimte voor max. 2 pictogrammen en 3 grote schrijflijnen. Er is voldoende ruimte om in een groter handschrift een boodschap te noteren en je kan eigen foto’s toevoegen.  Tegelijkertijd bestaat er een  grote afscheurkalender die in heel wat woonzorgcentrum terug te vinden is.  Meer info op  www.geheugenwinkeltilburg.nl waar je bovendien heel wat hulpmiddelen vindt voor personen met dementie.

Memory wvisualiseren2015!allet of geheugenboekje

Het klinkt ingewikkeld maar het is niet meer dan een klein boekje met belangrijke gegevens dat  steun kan bieden bij het herinneren van namen of gespreksonderwerpen en zou kunnen helpen bij het oplossen of voorkomen van moeilijk gedrag. Je gebruikt best een klein boekje zodat de persoon het altijd bij zich kan hebben. Zorg er voor dat je de inhoud eenvoudig houdt en dat je de persoon  niet overstelpt met informatie. Het spreekt voor zich dat je de zinnen kort dient te houden en je de woordenschat van de persoon zoveel mogelijk gebruikt. Eventueel kunnen er foto’s of prenten bij gekleefd worden. Een variant hierop zijn “Reminding cards“: kleine kaartjes waarop dagelijkse handelingen of voorwerpen worden afgebeeld en waarbij steeds vermeld wordt wat het doel hiervan is. Deze kaartjes kunnen door de persoon met dementie zelf of door familieleden/ hulpverleners gebruikt worden. Ik  maakte  voor mijn moeder een boekje dat ze zelf een naam gaf “ Mijn boekje “ met als ondertitel “als ik iets niet meer zo goed weet , kan ik het hier lezen.” Ik kies er altijd voor om wat ik ook schrijf  of maak voor haar steeds in de ik-vorm te formuleren omdat het uiteindelijk om haar draait! Soms bladert ze regelmatig in dit boekje en raadpleegt ze het als iets niet duidelijk is, soms legt ze het weg of is ze het kwijt. Ik heb er bewust voor gekozen om geen foto’s of prenten bij de geschreven tekst te kleven omdat mijn moeder geschreven taal nog begrijpt en zij niet of nauwelijks naar afbeeldingen kijkt.

Planborden

Een magneet- of white  board kan ook gebruikt worden om bejaarden  aan afspraken te herinneren. Ook hier is het  belangrijk dat het bord op een vaste centrale plaats hangt en dat alle afspraken erop genoteerd zijn zodat men de informatie makkelijk kan terugvinden. Op een memobord kan veel genoteerd worden: dit is zowel een voor- als een nadeel want na verloop van tijd ga je zoveel noteren dat de gebruiker het bos door de bomen niet meer ziet.

Volgens Rommel doe je er goed aan om als familielid of hulpverlener uit te zoeken hoe iemand geholpen is met een planbord. Een planbord moet hoe dan ook een overzichtelijke indruk maken: grote letters, volgorde stap voor stap ontrafelen, enkel korte en relevante boodschappen maar zelfs als je met deze tips rekening houdt, zouden planborden vaak nog de cognitieve mogelijkheden  overschatten. Het kan de persoon ook confronteren met wat hij niet meer kan. Je zal hoe dan ook zelf aandacht moeten besteden aan het bord door hen voortdurende te wijzen op de informatie die er op staat en verouderde informatie te verwijderen en te vervangen door correcte informatie (Rommel 1998).

Alertheid van de omgeving is inderdaad belangrijk bij het gebruik van planborden.

Post its

Ook wie geen problemen heeft met zijn geheugen gebruikt losse papiertjes (Post-Its®) of een agenda om een afspraak of een taak te onthouden.  En automatisch zoek je bij het noteren van een afspraak naar woorden om het zo kort mogelijk neer te schrijven.   Het leuke aan een Post-It is dat je het kan kleven waar je het nodig hebt. Je kan ze makkelijk overal aan bevestigen, meenemen, er flexibel een taak mee plannen en ze zijn beschikbaar in opvallende kleuren. Een nadeel aan het gebruik van losse papiertjes is dan weer dat de Post-Its makkelijk los komen, je ze makkelijk kan verliezen en het geen alarmsignaal heeft. Het gebruik van (te)veel Post-Its wordt snel een onoverzichtelijke rommel.

Rommel haalt aan lijstjes inderdaad een hulp kunnen zijn als lijstjes die niet meer van toepassing zijn op tijd verwijderd worden. Een overvloed van lijstjes kan de persoon overspoelen met informatie, wat de verwarring die men net wilde vermijden, nog kan laten toenemen. (Rommel, 1998)

Geschreven taal en concrete voorwerpen

Ook voor de bejaarde kunnen eenvoudige geschreven lijstjes voldoende zijn om hem aan iets te herinneren of om structuur in iemands dag aan te brengen.  Sommige bejaarden herkennen beter een dialect dan het Algemeen Nederlands waardoor ik pleit  voor de terminologie die de persoon het beste kent.

Door het gebruik van voorwerpen kan je verwijzen naar een situatie. De bejaarde kan op die manier het verband leggen tussen het voorwerp en de situatie. Gebruiksvoorwerpen met name voorwerpen die daadwerkelijk in de situatie gebruikt worden zijn concreet  en tonen duidelijk het verband met wat  gaat komen.

Bv. het aanreiken van een washandje wordt door sommige bejaarde met dementie nog wel in verband gebracht met het wasmoment, een schort voor het koken, het eigen koffiekopje voor koffie drinken.

Alhoewel geuren niet in mijn definitie van visualisaties staat, geloof ik erin dat ook geuren bewust en onbewust veel informatie geven . De geur van chloor kun je bijvoorbeeld associëren aan hoe zij vroeger poetsten maar kan ook herinneren aan een andere situatie of gevoel. Geuren kunnen bewust ingezet worden om informatie te geven zodat een persoon zich veilig voelt.  Mijn moeder herkent heel goed de geur van koffie en zegt dan spontaan “mag ik ook een kopje koffie’ Ook hier is het van belang na te vragen welke geuren iemand prettig vindt en welke niet, met andere woorden welke persoonlijke voorkeuren iemand heeft.

En tot slot hoeft het geen betoog dat natuurlijke gebaren ook kunnen gebruikt worden om  in contact te komen maar ook om handelingen voor te doen zoals kammen, wassen.

Pictogrammen bij personen met dementie

Indien een bejaarde voordien nog nooit gebruik gemaakt heeft van pictogrammen,  lijkt het ons minder afgestemd, te stresserend en vaak confronterend voor een persoon om nog een pictogramsysteem te moeten aanleren. Het beklemtoont dat het belangrijk is dat je aansluit bij wat er al gebruikt wordt en door de persoon in kwestie herkend wordt.

Anderzijds geven organisaties die gebruik maken van pictogrammen aan dat bewoners de gebruikelijke en alledaagse picto’s zoals bijv. het symbool voor toilet of restaurant begrijpen.

Deze symbolen zijn gekend. Pictogrammen die men vroeger niet gebruikte en die eventueel later bedacht zijn voor een dagschema, om het menu voor te stellen of om het weer te aan te duiden , zijn in de dagelijkse situatie minder gekend en /of de context is anders dan gebruikers gewend zijn.

Ook zij geven aan dat foto’s soms beter lijken te werken dan picto’s bij sommige bewoners.

Ook Rommel beklemtoont dat moderne pictogrammen vaak geen effect hebben omdat ze niet begrepen worden .“Vaak hebben bejaarden of dementerende personen moeite om bv.een toilet te herkennen, laat staan dat ze een modern symbool herkennen dat het toilet geschematiseerd aangeeft. Dit kan opgelost worden door tekens de zoeken die de oudere wel begrijpt bv. een hartje boven de toiletdeur zoals vroeger dikwijls het geval was”. (Rommel, 1998)

Foto’s bij personen met dementie

We gaven eerder al enkele tips rond het gebruik van foto’s

Door het gebruik van een digitale camera en een computer kan je foto’s van concrete herkenningspunten uit het leven van bejaarden en/of personen met dementie verwerken (bijvoorbeeld duidelijke foto’s van  zijn familieleden, voorwerpen uit zijn omgeving enz.)  tot individuele pictogrammen.

Geerts staat stil bij het belang van kleuren bij het gebruik van visualisaties. “Onderzoek wees uit dat kleurbesef tot op hoge leeftijd aanwezig is, ook bij personen met dementie. Ze kunnen ondanks hun hoge leeftijd nog goed de kleuren benoemen. In communicatie met personen met dementie kan men keurencodes gebruiken om bepaalde zaken aan te duiden of te verduidelijken. Ook het kleurcontrast is belangrijk om het onderscheid tussen voorwerpen te zien.” (Geerts 2007)

Ik stel vast dat heel wat woonzorgcentra gebruik maken van foto’s om bv. de tafelplaats aan te duiden of om d.m.v.. een placemat (met foto’s van een bord, bestek en glas erop ) de bejaarde  te ondersteunen zodat hij zo lang mogelijk zelf de tafel kan blijven dekken. Men kan deze placemat ook gebruiken voor het maken van keuzen tussen broodbeleg, drinken en/of fruit.

Rommel geeft aan dat op de kamerdeur bv. iets persoonlijks kan aangebracht worden zoals een foto of een voorwerp dat een belangrijke symbolische betekenis heeft om de bejaarde te helpen om zijn kamer terug te vinden. Soms is het nodig om deze foto of voorwerp te veranderen: vaak herkent men beter een foto uit het verleden dan het heden  ( Rommel, 1998)

De herkenbaarheid van symbolen is niet altijd evident.  De ‘stokfiguurtjes’ die in openbare gebouwen het heren- en damestoilet aanduiden, zijn symbolen die tientallen jaren geleden nog niet gebruikt werden. De kans is daarom groot dat de bejaarde  deze niet herkent. Een duidelijke foto kan dan uitkomst bieden.

Op (keuken) kastjes kunnen foto’s van wat zich erachter bevindt, helpen.  Maar alleen als alles ook goed opgeruimd wordt. Anders is het ook een idee om kastdeurtjes van plexiglas  te installeren.

Logischerwijs zou je een foto of pictogram op ooghoogte hangen voor maximale zichtbaarheid. Bij het ouder worden verzwakken echter de oogspieren. En we gaan ook wat meer voorover gebogen lopen. Dat heeft tot gevolg dat het zichtveld van oudere mensen veelal wat lager komt te liggen dan ‘normale’ ooghoogte!

Een persoonlijke foto op de deur van de eigen (slaap-)kamer maakt het makkelijker om deze te vinden tussen alle deuren die zo op elkaar lijken. Kerr beschrijft mooi hoe men in een Engels verpleeghuis een leuke visualisatie bedacht voor een bewoner die zijn kamer niet goed terug kon vinden: de man kwam vroeger graag in een bepaalde kroeg, toen er boven zijn slaapkamerdeur een foto opgehangen van het uithangbord van die kroeg . De man werd daar al van ver in de gang door aangetrokken. Dat er zich achter de deur geen kroeg bevond was geen teleurstelling; het was vooral de bekendheid van het bord dat ver in de herinnering lag opgeslagen, dat de man naar zijn kamer trok. (Kerr, 2007)

Koken met autisme

Dit kookboek is ontwikkeld voor kinderen met autisme. Het is duidelijk, visueel gestructureerd, voorspelbaar en realistisch.

Het kookboek bevat 20 recepten en een uitgebreide handleiding voor ouders en begeleiders om met autistische kinderen samen te koken.
Het eerste element van de kookhandleiding is de mise en place. Dit houdt in het afmeten en snijden van alle ingrediënten voordat je begint met koken. Het onderdeel met de recepten bestaat uit tekstrecepten en fotorecepten voor ieder gerecht.

Desgewenst kun je een bladzijde omdraaien en alleen met het tekstrecept of alleen met het fotorecept koken. Het boek bevat zoete en hartige recepten met weinig en met veel stappen.

Het tweede onderdeel is de kookcyclus, die bestaat uit voorbereiden, uit uitvoeren en uit evalueren van een recept. Ten derde bevat het boek een kookchecklist. Loop tijdens het voorbereiden van het recept alle stappen na van de checklist en je weet of je op een geschikt moment gaat koken.

Achterin het kookboek zijn 14 techniekkaarten opgenomen van handelingen die vaker voorkomen in de recepten, bijvoorbeeld het scheiden van een ei of het afmeten van een volume met de hulp van een maatbeker. De pagina’s van het boek zijn gelamineerd. Dat betekent dat je recepten schoon blijven in de keuken en dat je met een Whiteboard stift  kunt markeren tot welke stap je gekomen bent.

Te bestellen bij Graviant

Communicatiemap ‘Meer dan 1000 woorden’

Deze map werd door Sclera vzw uitgewerkt als antwoord op de vraag om een basismap ter ondersteuning van de communicatie. De map is op verschillende manieren aan te passen en uit te breiden.

Deze basismap bestaat uit meer dan 1000 woorden verdeeld over 5 thema’s: ‘huishouden’, ’tijd en omgeving’, ‘persoon en verzorging’, ‘vrije tijd’ en ‘voeding’. Bij de map vind je een beknopte handleiding.

Als je zelf een eigen communicatie map wil uitwerken maar je niet zo handig bent met de computer, kan dit best lastig zijn. Om je hierbij te helpen, biedt Sclera je tal van sjablonen aan. Zo kan je pagina’s bijmaken in dezelfde stijl.

Onderwerpen zoals relatie en seksualiteit (man – vrouw) en rouwen en verdriet zijn zeer eigen aan een persoon, heel leeftijdsgebonden of kunnen gevoelig liggen, waardoor deze thema’s niet standaard opgenomen zijn in de basismap. Je kan deze thema’s  kant-en-klaar downloaden. Steek ze in een geperforeerde insteekhoes of lamineer ze met voorgeperforeerde lamineerfolie.

Meer info op www.sclera.be

 

Digitale arbeidsinteressetest Siwit

De SIWIT is online test arbeidinteressetest.

De test bestaat uit een korte introductie waarin de bedienings-, help- en stop-knop worden uitgelegd

Vervolgens worden 150 foto’s getoond. Elke pagina in de test heeft dezelfde lay-out. In het midden van de pagina wordt één van de beroepsfoto’s weergegeven. Boven deze foto staat een duidelijke omschrijving van de handeling op de foto én de omgeving waarin de handeling wordt uitgevoerd

Links en rechts van de foto staat een groene smiley en een rode smiley met daaronder de tekst ‘leuk’ en ‘niet leuk’. Voor degene die moeilijk leest wordt zowel de omschrijving als de antwoordmogelijkheden ‘leuk’ en ‘niet leuk’ voorgelezen.

Het geluid kan desgewenst gedurende de test in- en uitgeschakeld worden.. De vormgeving van de test is simpel zodat ook de ondergrens van de doelgroep met de test kan werken en de kleuren zijn helder zodat de aandacht en concentratie van de jongeren voldoende wordt gestimuleerd

Als de SIWIT helemaal is ingevuld krijgt de begeleider van de kandidaat per e-mail een rapport met daarin een overzicht van de beroepsinteresses van de kandidaat. In de rapportage wordt vermeld welke beroepen er allemaal bij die interesse passen, en wat je ervoor moet kunnen, Bijvoorbeeld als een kandidaat lassen een leuk beroep lijkt, is het goed om samen met de begeleider te bespreken dat je daarvoor o.a. nauwkeurig moet kunnen werken. Zo kunnen begeleider en kandidaat samen kijken of er binnen de interesse die de SIWIT naar voren komen een beroep is dat goed past bij de competenties van de kandidaat. Je kan gratis gedurende een maand vijf proefversies aanvragen.

Meer info op de website van Stichting sterk in werk

Er bestaan reeds lang  een aantal testen om cliënten te helpen bij de keuze van een taak ifv begeleid werk, het vertellen over de werksituatie en het welbevinden op het werk. Een overzicht van alle testen op deze website plaatsen, zou ons te ver leiden maar wie interesse heeft, kan ons gerust via mail contacteren.